Lezingen

Voor locatie en aanvangstijd zie Agenda.

De komende lezingen van dit seizoen staan bovenaan. Eerdere lezingen staan eronder. Een lijst met eerdere lezingen met samenvatting en bijbehorende documenten staan in het “Archief”.

Het programma voor de periode september 2021 – juni 2022 is per mail al aan de leden toegezonden.

Dinsdag 21 september 2021

Spreker: Dr. Ir. Peter Siegmund

Onderwerp: Klimaatverandering en het nieuwe IPCC rapport

Dinsdag 19 oktober 2021

Spreker: Prof. Dr. Harold Linnartz

Onderwerp: Het geheim van de diffuse interstellaire banden

Dinsdag 16 november 2021

Spreker: Prof. Frank Israel

Onderwerp: Het “Blister-model’” ter verklaring dynamiek van waterstofwolken

Dinsdag 14 december 2021

Spreker: D.M. (Dirk) van Dam MSc

Onderwerp: De ringen om exoplaneten

Dinsdag 18 januari 2022

Spreker: Dr. D.F.E. (Dorothea) Samtleben

Onderwerp: De onderzeese neutrinotelescoop KM3NeT

Dinsdag 15 februari 2022

Spreker: Victor Trees

Onderwerp: Detectie schaduwen aardwolken

Dinsdag 19 april 2022

Spreker: Drs. R.M. (Rob) Groenland

Onderwerp: Kantelpunten in het klimaat

Dinsdag 17 mei 2022

Spreker: Nog niet bekend.

Dinsdag 21 juni 2022

Spreker: Prof.dr. H.J.A. Röttgering

Onderwerp: Laatste ontdekkingen LOFAR radiotelescoop

 

 



Recente eerdere lezingen

Dinsdag 20 april 2021

Spreker: Prof. Dr. Henny Lamers

Prof. Henny Lamers studeerde natuurkunde en sterrenkunde in Nijmegen, Utrecht en Princeton (USA). Hij is emeritus hoogleraar Astrofysica en Ruimte-Onderzoek aan de Universiteit Utrecht en de Universiteit van Amsterdam. Zijn onderzoeksterrein bestrijkt vele facetten van de evolutie van sterren, de laatste jaren doet hij onderzoek met de Hubble Space Telescope naar sterhopen en botsende melkwegstelsels. Hij publiceerde rond 450 wetenschappelijke artikelen in internationale vaktijdschriften, zeven vakboeken, en 25 artikelen en vier populaire boekjes voor algemeen publiek. Hij gaf meer dan 500 populaire lezingen over sterrenkunde voor leken in binnen- en buitenland, inclusief een serie van acht lezingen tijdens een ‘rafting trip’ in de Grand Canyon in 2011.

Vanaf 1974 tot zijn emeritaat in 2006 gaf hij colleges aan de Universiteit Utrecht. In 2003 door studenten gekozen als de beste docent. Van 1978 tot 1990 gasthoogleraar aan de Universiteiten van Colorado en Wisconsin en sinds 2004 aan de Universiteit van Washington in Seattle. Van 1992 tot 2000 visiting scientist aan het NASA Goddard Space Flight Center in Washington en het Hubble Space Telescope Institute in Baltimore. Voorzitter van de selectiecommissies voor waarnemingsprogramma’s voor van de European Southern Observatory (ESO), de International Ultraviolet Explorer (IUE) en de Hubble Space Telescope. Lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen en in 2014 benoemd tot erelid van de American Astronomical Society. De Internationale Astronomische Unie heeft aan planetoïde naar hem genoemd, nr 12635 heet voortaan HennyLamers.

Onderwerp: Sterhopen: Raadsels rond hun ontstaan en uiteenvallen

Samenvatting:

Aan de hemel kunnen we prachtige sterrenhopen zien. Er zijn twee soorten sterrenhopen.

Open sterhopen bevatten duizenden tot tienduizenden sterren en zijn relatief jong; de meeste zijn jonger dan een paar honderd miljoen jaar. Open sterhopen draaien in het vlak van de melkweg om het centrum. Bolhopen daarentegen zijn heel oud, tot 12 miljard jaar toe, en bevatten honderdduizenden tot miljoenen sterren. Bolhopen bewegen in een grote bol, die we de halo noemen, om het centrum van de melkweg. Hoe komt het dat er twee soorten sterrenhopen zijn? Hoe zijn ze ontstaan? Waarom bewegen ze in verschillende soorten banen? Waarom hebben de bolhopen veel minder zuurstof, koolstof enz. dan open sterhopen? Alle sterren worden geboren in sterrenhopen. Toch zijn er in onze melkweg veel meer losse sterren dan sterren in sterrenhopen. Hoe komt dat? De sterren van een sterhoop zijn allemaal bijna tegelijk geboren uit een reusachtige gaswolk en moeten dus aanvankelijk allemaal dezelfde chemische samenstelling hebben gehad. Maar met de Hubble Ruimte Telescoop is ontdekt dat de sterren in bolhopen zeer merkwaardige verschillen in samenstelling vertonen die niet verklaard kunnen worden door hun evolutie. Hier is dus iets vreemds aan de hand. Aanvankelijk dacht men dat het om uitzonderingen ging, maar het is inmiddels duidelijk dat bijna alle bolhopen dit raadselachtige patroon vertonen. Hoe meer sterren een bolhoop heeft, des te vreemder zijn de verschillen in samenstelling. De spreker zal de eigenschappen van de bolhopen en open sterhopen bespreken en uitleggen waardoor ze ontstaan zijn. Hij bespreekt ook mogelijke verklaringen voor de vreemde chemische samenstellingen van sterren in bolhopen. Daarbij spelen misschien zelfs superzware sterren en zware zwarte gaten een rol. Maar er blijven genoeg raadsels over!

Dinsdag 18 mei 2021

Spreker: Prof. Dr Ed P.J. van den Heuvel

Prof. Ed van den Heuvel (Soest, 2 november 1940) is emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Van den Heuvel werd vooral bekend door zijn werk op het gebied van vorming en evolutie van compacte objecten (neutronensterren, zwarte gaten en witte dwergen) in dubbelsterren en op het gebied van de studie van gammaflitsen.
Van den Heuvel studeerde wiskunde, natuurkunde en sterrenkunde aan de Universiteit van Utrecht. In maart 1968 promoveerde hij daar op een onderzoek over de rotatie van sterren. Na zijn promotie was hij onder andere postdoctoral fellow aan de Universiteit van Californië – Santa Cruz, wetenschappelijk medewerker en lector aan de Universiteit Utrecht en hoogleraar astrofysica aan de Vrije Universiteit Brussel.
Hij vervulde onder meer bestuursfuncties bij de KNAW, de Stichting Ruimte Onderzoek Nederland, de Stichting ASTRON te Dwingeloo en bij Diergaarde Artis, waar hij een van de oprichters was van het planetarium.
Van den Heuvel werd voor zijn werk onderscheiden met het eredoctoraat van de Katholieke Universiteit Leuven, de Spinozaprijs (1995), de Descartesprijs van de Europese Unie (2002) en de Viktor Ambartsumian International Science Prize (2018).

Prof. Van den Heuvel is Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (sinds 1982), honorary member van de Indian Academy of Sciences, Associate Fellow van de Royal Astronomical Society (Londen), en honorary Fellow van het Inter University Center for Astronomy and Astrophysics te Pune, India. Hij werkte verder in 1974 als gastonderzoeker aan het Institute for Advanced Study te Princeton en in 1991 als programmaleider aan het Institute for Theoretical Physics van de Universiteit van Californië – Santa Barbara.

Onderwerp: De evolutie van sterren en hun eindproducten: Witte Dwergen, Neutronensterren en Zwarte Gaten; bronnen van zwaartekrachtsgolven.

Samenvatting:

Sterren met een massa kleiner dan 8 maal de massa van de Zon laten aan het einde van hun leven een Witte Dwerg achter: een ster ongeveer even groot als de Aarde, maar met een massa vergelijkbaar met die van de Zon (ca 300 000 maal de massa van de Aarde).
Sterren zwaarder dan 8 maal de Zon laten aan het einde van hun korte leven (minder dan 20 miljoen jaar) een Neutronenster of een Zwart Gat achter. Een neutronenster heeft een massa van ongeveer 400 000 maal die van de Aarde, maar een middellijn niet groter dan 20 km, dus even groot al Amsterdam. Zwarte gaten hebben massa’s groter dan ongeveer een miljoen maal die van de Aarde, maar de middellijn van hun horizon (de afstand vanaf het centrum van het Zwarte Gat van waarbinnen je nooit meer kunt ontsnappen) is slechts enkele tientallen km groot.
We kennen thans meer dan 3000 neutronensterren in de Melkweg, waarvan de meeste alleen zijn, maar ook enkele honderden in dubbelsterren. We kennen in de Melkweg ook enkele tientallen zwarte gaten, deze zijn altijd in dubbelsterren, met een gewone ster als begeleider. Onder de neutronensterren in dubbelsterren zijn er thans 20 bekend die uit twee neutronensterren bestaan, die in nauwe banen om elkaar heel bewegen. Zulke dubbelsterren, waarin twee zeer zware objecten om elkaar heen bewegen, zenden zwaartekrachtsgolven uit: rimpelingen van de ruimte, die zich met de lichtsnelheid voortbewegen. In 2015 zijn zulke golven voor het eerst gemeten. Deze bleken afkomstig van dubbele zwarte gaten – op afstanden van miljarden lichtjaren – die zeer snel in banen om elkaar heen bewogen vlak voordat deze gaten met elkaar versmolten. Ook is eenmaal de versmelting van een dubbele neutronester waargenomen, op een afstand van ongeveer 40 miljoen lichtjaren. In de lezing wordt ingegaan op deze ontdekkingen, waarvoor de ontdekkers in 2017 de Nobelprijs Natuurkunde werd toegekend.

Dinsdag 15 juni 2021

Spreker: Prof. Dr. Huib Jan van Langevelde

Huib Jan van Langevelde is werkzaam bij JIVE (Joint Institute for VLBI ERIC), een Europese organisatie voor radiosterrenkunde, gevestigd bij ASTRON in Dwingeloo. JIVE ondersteunt het Europese VLBI Netwerk, waarin radiotelescopen uit de hele wereld samenwerken om sterrenkundigen in staat te stellen om hele precieze plaatjes te maken van radiobronnen in het heelal. Hij kwam als kind al op bezoek op de Oude Sterrewacht en studeerde sterrenkunde in Leiden. Bij JIVE was hij van 2007 tot 2017 directeur. Hij is ook hoogleraar in Leiden en sinds de zomer van 2020 de directeur van het internationale  project “The Event Horizon Telescope”, waarmee het eerste plaatje van het Zwarte Gat in M87 werd gemaakt.

Onderwerp: Zwarte gaten en de Event Horizon Telescope

In zijn lezing zal hij vertellen hoe het plaatje tot stand kwam van de schaduw van het Zwarte Gat in M87, dat in het voorjaar van 2019 veel in de publiciteit kwam. Hij zal uitleggen wat de oorsprong is van de radiostraling die in kaart werd gebracht en hoe dit resultaat werd bereikt door gevoelige telescopen over de hele wereld te laten samenwerken. Speciale aandacht zal er zijn voor wat de Event Horizon Telescope kan meten aan het Zwarte Gat in Sagittarius A, de radiobron in het centrum van de Melkweg.